Wim Reij Archief 3: Vakbeurs Milieu toont nieuwe werkelijkheid

Nog geen jaar na het verschijnen van de Urgentienota Milieuhygiëne juli 1972 is een stroomversnelling aan nieuwe beleidsinitiatieven tot stand aan het komen. Milieu begint zich in Nederland als apart thema op vele fronten te manifesteren. Zo ook op het gebied van tentoonstellingen en beurzen. Was in 1971 de milieutechniek nog opgezet als een onderdeeltje van de algemene Vakbeurs voor de procesindustrie, twee jaar later wordt in april 1973 een aparte Vakbeurs voor milieutechniek georganiseerd in de Jaarbeurs te Utrecht. Bij de opening hiervan ontvouwt Wim Reij aan de deelnemende bedrijven en andere bezoekers wat er allemaal in Den Haag op stapel staat. Er hangt een golf van verandering in de lucht. Men voelt dat de overheid het voortouw aan het nemen is en dat het menens wordt. De ontwikkelingen gaan zo snel dat deze openingsspeech voor het eerst de over elkaar buitelende ontwikkelingen op een rijtje zet. Dit ondanks het vallen van het eerste kabinet Biesheuvel in augustus 1972 door het vertrek van DS’70 bewindslieden. Daarna regeert het overblijvende rompkabinet door tot mei 1973. De speech is opgesteld op de valreep van dit rompkabinet Biesheuvel en leest als een beleidsnota. Wim Reij gaat gewapend met een verhaal van maar liefst 21 pagina’s naar Utrecht, wetend dat hij slechts 25 minuten spreektijd heeft. Op grond van zijn aantekeningen wordt onderstaand de kern van zijn betoog samengevat. Daarbij geeft hij, als ik hem onderstaande tekst vooraf ter lezing aanbiedt, het volgende commentaar: ‘We hadden in die tijd nog veel verzet van vele kanten, zoals pogingen tot een beperking van ons werkgebied e.d., waar we ons overigens weinig van aantrokken. Het tot stand brengen van wettelijke maatregelen was niet eenvoudig, er was van vele Haagse departementen tegenwerking. Gelukkig hadden we van de bevolking veel steun.’ Inderdaad had het kleine Directoraat-generaal Milieuhygiëne het niet makkelijk. Voor alles wat in het buitenland plaatsvond heeft tot op de dag van vandaag het Ministerie van Buitenlandse Zaken het voortouw gehouden. Ook het natuurbeleid is anders dan in de landen om ons heen onderdeel van het Landbouwbeleid gebleven en maakt nu, hoe belachelijk het ook overkomt, onderdeel uit van het Ministerie van Economische Zaken. En zelfs het waterbeleid is nooit geïntegreerd met het milieubeleid, ook nu water en milieu onderdeel uitmaken van hetzelfde ministerie van Infrastructuur en Milieu, waar beide terreinen zijn ondergebracht in twee verschillende directoraten –generaal. Het toont hoe sterk het verzet was en is gebleven om milieu als thema te profileren. Maar nu terug naar het jaar 1973.

Bestrijding bij de bron

‘Wij zijn van mening dat in het milieubeleid de bestrijding van de verontreiniging en hinder in de eerste plaats bij de bron dient te geschieden.’ Het is een belangwekkend statement dat aangeeft dat op dat moment allerlei nu vanzelfsprekende beleidsprincipes als ‘Bestrijding aan de bron’ en ‘De vervuiler betaalt’ nog moesten worden geformuleerd, doordacht en bevochten. Het hele bouwwerk van milieuregels moest nog worden opgetrokken, een werk dat enige decennia zou vergen en geleidelijk aan steeds meer in internationale kaders als de Europese Unie en de Verenigde Naties plaats zou vinden en vervolgens toch weer naar nationale regels moest worden vertaald. Want de natiestaat blijft het fundament van alle internationale verdragen.
‘Deze beurs geeft een overzicht van de laatste stand van zaken op het gebied van installaties voor de lucht- en waterzuivering en de afvalverwerking. Om bestrijding bij de bron te bereiken hanteert de overheid vergunningenbeleid waarbij toepassing van de beste techniek meer voorop staat dan wat de goedkoopste is. Ook het heffingenbeleid is erop gericht om schonere technologie te ontwikkelen. Bij het belasten van afvalwaterlozingen op de Rijkswateren heeft dit al geleid tot een vermindering van de belasting van de Rijkswateren met 5-10%. Ook is van groot belang om grondstoffen terug te winnen en energie te besparen. Beide laatste eisen zullen vaak in strijd met elkaar komen, maar toch moet met beide rekening worden gehouden, opdat het opheffen van het ene probleem niet leidt tot het veroorzaken van het andere en te ontkomen aan de gevreesde “wet van behoud van ellende”.’

Effect Urgentienota

Wim Reij geeft vervolgens een korte terugblik op het effect dat de Urgentienota Milieuhygiëne tot dan toe heeft gesorteerd. ‘Hoewel de Urgentienota positief is ontvangen, is toch van verschillende kanten gezegd dat een duidelijke prioriteitenstelling ontbreekt. Wat moet eerst gebeuren en wat kan nog even wachten? De nota was vooral bedoeld als een inventarisatie van de milieuproblemen waar de overheid op korte termijn voor stond. Intussen zijn toch wel een aantal prioriteiten aan te geven. Ik begrijp dat het bedrijfsleven snel wil weten waar het aan toe is, dat binnen Nederland een zo uniform mogelijk beleid gevoerd zou moeten worden en dat in Europa harmonisatie van voorschriften van belang is om de concurrentiepositie van bedrijven niet aan te tasten. Momenteel vindt intensief overleg over deze punten plaats. Voor onze export is Nederland voor een groot deel afhankelijk van een sterk milieubelastende industrie die bovendien is geconcentreerd in de dichtstbevolkte delen van ons land, een land dat tegelijk ook nog aan de monding ligt van de sterk vervuilde Rijn. Het gaat om het stellen van grenzen aan welke vervuiling nog toelaatbaar is. In het woordje “toelaatbaar” zit het hele afwegingsproces besloten van het vermijden van milieu- en gezondheidseffecten en de kosten die beleid in de ruimste zin van het woord teweeg brengt. Bij deze afweging zijn vele belangen betrokken. Nu is het zeker niet zo dat wij nog in een “normloos” tijdperk leven. Er zijn wel degelijk al normen voor sommige stoffen, al zijn deze meestal niet wettelijk gesanctioneerd. Het departement werkt nu aan standaardvoorschriften die voor categorieën van industriële inrichtingen bij de vergunningen, meestal door de provincies afgegeven, worden gehanteerd. ’

Werken aan nieuwe wetten

Dan gaat hij in op de plannen voor het maken van afzonderlijke wetten. Pas veel later zullen de in deze periode tot stand komende sectorale wetten worden samengevoegd in een algemene milieuwet en weer veel later in een nog bredere omgevingswet. Op korte termijn moet er een wet komen voor chemische afvalstoffen en afgewerkte olie. Later zal die worden opgenomen in een algemene wet op de afvalstoffen. De al bestaande wet luchtverontreiniging wordt verrijkt met maatregelen om het zwavelgehalte van brandstoffen te beperken. Dat is van belang om het gehalte aan zwaveldiode in de lucht en daarmee gezondheidsklachten door smog te beperken. Ook komt de sanering van het Rijnmondgebied aan bod. ‘Dit programma wordt opgesteld op basis van een eerste rapportage over de situatie in Rijnmond. De maatregelen zullen voornamelijk gaan over de vermindering van de kans op fotochemische smogvorming en het wegnemen van stankhinder.’ Ook zullen alle auto’s met een benzinemotor een verplichte typekering krijgen om luchtvervuiling door deze bron tegen te gaan. Hierna komt de watervervuiling aan bod. Als discussiepunt in deze periode speelt de invoering van een waterzuiveringsbelasting die particulieren willen boycotten met als argument dat de industrie buiten schot blijft. ‘Dit berust uiteraard op een misverstand. Ook hier geldt “de vervuiler betaalt”. Niet alleen organische afvalstoffen van de industrie worden aangepakt en belast, ook anorganische stoffen worden aan banden gelegd of, zoals in het geval van kwiklozingen, verboden. De overheid beoogt de sanering van de Rijkswateren over ruim tien jaar, in 1985, gereed te hebben en voor de niet-rijkswateren is het doel de sanering al eerder bereikt te hebben. Het internationaal overleg over de kwaliteit van de Rijn is daarbij van groot belang, mede omdat de Rijn grondstof voor drinkwater is. Het eerste structuurschema drink- en industriewatervoorziening zal binnenkort worden gepubliceerd. Verder ontbreekt een alomvattende wettelijke regeling voor geluidhinder. Het maken van een wet geluidhinder is urgent om geluidhinder door bijvoorbeeld bromfietsen aan te pakken en geluidzones rond vliegvelden in te stellen. Een schatting van kosten voor geluidwerende voorzieningen rond vliegvelden in gebruik voor straalvliegtuigen wordt tot 1980 geschat op ca. 450 miljoen gulden.’

Schone technologie alleen is op termijn niet genoeg

Het wordt uit deze opsomming duidelijk dat het milieubeleid over serieuze zaken gaat die allemaal op korte termijn tot veranderingen gaan leiden voor burgers en bedrijven. De kranten staan er vol van en in de Tweede Kamer wordt er steeds vaker over gedebatteerd. Tot slot gaat Wim Reij in op de vraag die de organisatoren als thema aan hem hadden meegegeven: wat is er op langere termijn te verwachten?
‘De uitdaging voor de industriële technologie in de jaren zeventig is dat er schone technologie moet komen die maakt dat productieprocessen en consumptiegoederen geen of minimale verontreiniging veroorzaken. Echter schone technologie alleen is niet genoeg. Immers bij verdere groei van de bevolking, de productie en de consumptie zal de vervuiling toch weer een onaanvaardbaar niveau aannemen. Vanuit het beleid zullen we dus moeten aandringen op meer selectieve productie en consumptie, wat een enorme mentaliteitsverandering vergt. Verder zal er ook rekening mee gehouden moeten worden dat de wereldvoorraad aan fossiele brandstoffen eens uitgeput zal raken. Alternatieve energiebronnen zullen moeten worden gevonden. Intussen zal er bezinning moeten komen op de mogelijkheden tot matiging van het energieverbruik, al is het maar om tijd te winnen en geen overhaaste beslissingen te hoeven nemen.’
‘Na deze niet onverdeeld optimistische blik in de toekomst keer ik terug naar de mij wel optimistisch stemmende ontwikkeling van de technologie. Ik hoop dat de beurs een groot succes wordt voor de initiatiefnemers en de deelnemers. Hiermee verklaar ik de Vakbeurs Milieu 1973 voor geopend.’

Deze speech had eigenlijk, ook achteraf gezien, best een magistraal karakter. Enerzijds wordt stilgestaan bij fundamentele kwesties en grote lijnen naar de toekomst. Tegelijk bevat de speech een spervuur aan concrete wetten en maatregelen die worden getroffen. De essentiële problemen en oplossingen van het milieuvraagstuk staan de ontwerpers van het milieubeleid in deze beginjaren al duidelijk voor ogen. Nog niet kon worden overzien tot hoever de consequenties zouden gaan. Niet verwonderlijk in een tijd dat de vervuiling nog letterlijk de spuigaten uit loopt, de mensen in Rijnmond bij tijd en wijle naar adem snakken en het kraanwater daar naar rotte vis smaakt. Sommige thema’s zijn nog niet benoemd zoals de bodemvervuiling en de zure regen. Het energiebeleid is nog niet op grondstof schaarste gebaseerd laat staan op klimaatbeleid. Maar dat zijn details. In 1973 wordt al een lijn gekozen die decennia later zal uitmonden in het verbod om nog vast afval te storten, in de impuls om de circulaire economie vorm te geven en in een transitie naar klimaatneutraal energiegebruik. Dat daarbij het bedrijfsleven zelf de motor van de transitie wordt is voor de milieu-ambtenaren in 1973 echter nog onvoorstelbaar.

Woensdag 11 april 1973

2 gedachten over “Wim Reij Archief 3: Vakbeurs Milieu toont nieuwe werkelijkheid”

  1. Met genoegen gelezen, alledrie de berichten! Heel mooi dat de speeches in een groter historisch kader zijn geplaatst door uw kanttekeningen en reflecties.

    Voor mij persoonlijk is het ook heel leuk om te lezen hoe mijn vader zich zo vol inzette voor de goede zaak!

    Dank!

  2. Heb de blogs over Wim Reij met plezier gelezen. In de tijd die nu aan bod is (begin jaren ’70) studeerde ik nog; en koos ik (iets later) het onderwerp voor mijn afstudeerscriptie: ‘Macro economische effecten van milieubeleid’.
    Dus: Herkenning, en ook een beetje weemoed. Het leek allemaal nog zo simpel, toen.

    Deze, en nog veel meer, blogs hebben absoluut waarde. Historisch besef is veel te dun gezaaid, ook op dit thema.
    Opgave is alleen hoe dit onder de aandacht van degenen te brengen wiens besefniveau best wat opgekrikt zou mogen worden.
    Misschien is voorlopig het beste commentaar een aanmoediging aan Kees om door te gaan, en nog meer blogs te publiceren in cyberspace.

Geef een antwoord